Administration provisoire (art. 488bis C. civ.) – autorisations spéciales – dispense d’inscription d’office – mainlevée des inscriptions privilégiées et d’inscription d’office pour sûreté du paiement.

0 Comment
Print Friendly, PDF & Email

Justice de Paix de Fontaine l’Evêque 31 août 2006 J.J.P. 2006 p 496 et s. – Rev. not. b. 2007, liv. 3005, 96

Même si l’article 488bis (f) du Code civil ne prévoit pas expressément la nécessité d’une autorisation préalable relative à la dispense, elle est cependant requise dans la mesure où la dispense d’inscription d’office prévue à l’article 35 de la Loi hypothécaire est sus­ceptible de léser gravement les intérêts de la personne protégée, selon le mode de paiement proposé par l’acheteur, en raison des déchéan­ces énoncées à l’article 36, alinéa 2 de la Loi hypothécaire.

Dans un souci de protection du patrimoine de l’incapable, il y a lieu de veiller à ce qu’au moment de la passation de l’acte authentique, le mode de paiement du prix ou du solde du prix de vente d’un bien immobilier à son représentant légal offre toute garantie, outre le respect des dispositions de l’article 10bis de la loi du 11 janvier 1993. Il en ira donc ainsi soit d’un chèque tiré par la banque de l’acquéreur elle-même, sur ses caisses, et pour autant que le représentant légal et/ou le notaire instrumentant se soient assurés de l’authenticité du chèque, soit d’un chèque émis par le notaire lui-même et tiré sur un compte de l’étude, lorsqu’il a été mis en pos­session des fonds.

Voorlopig bewind (art. 488bis B.W.)

– bijzondere machtigingen – vrijstelling van ambtshalve inschrijving – handlich­ting van de bevoorrechte inschrijvingen en van ambtshalve inschrijvingen voor zekerheid van de betaling.

Zelfs indien artikel 488bis (f) van het Bur­gerlijk Wetboek niet uitdrukkelijk de nood­zaak vermeldt van een bijzondere machtiging tot vrijstelling, dan nog is zij noodzakelijk in die mate dat de vrijstelling van de ambts­

halve inschrijving voorzien door artikel 35 van de Hypotheekwet zware schade kan doen ontstaan in hoofde van de beschermde persoon in functie van het betalingsmiddel voorgesteld door de koper en dit ingevolge de vrijstellingen voorzien door artikel 36 alinea 2 van de Hypotheekwet.

Met het oog op de bescherming van het patri­monium van de onbekwame, moet de rechter ervoor zorgen dat, op het ogenblik van de ondertekening van de authentieke akte, de be­talingswijze van de prijs of van het saldo van de prijs van het onroerend goed aan de wet­telijk vertegenwoordiger van de onbekwame alle waarborg biedt, boven het naleven van de beschikkingen van artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993.

Kwestieuze waarborg wordt geboden ofwel door een cheque getrokken op de bank zelf van de koper, op eigen fondsen en voor zover de wettelijk vertegenwoordiger of de instru­menterende notaris zekerheid kregen nopens de authenticiteit van de cheque, ofwel door middel van een cheque getrokken door de notaris zelf op een rekening van de studie, wanneer hij reeds in het bezit gesteld werd van de fondsen.

iconepdf.jpgTexte intégral du jugement

Étiquettes : ,